Goed Gevoed

Je paard verzekeren van een goed gebalanceerd dieet, rijk in alle nodige vitaminen, mineralen en spoorelementen is moeilijk. Er is, tenslotte, zoveel om van te kiezen en er zijn ook zoveel factoren om te overwegen.

Gezien hij een paar keer in de week gereden zal worden, moeten we ervoor zorgen dat op dat moment hij voldoende energie heeft, dus een energie- of sportbrok is duidelijk nodig. Maar om een mooie glanzende vacht en alertheid maar met geremd temperament te krijgen, hebben we wat verdere supplementen nodig – en wat baat niet, schaadt niet.

Hij zal ook regelmatig en op vaste tijdstippen willen worden gevoerd; dus minimaal twee maaltijden per dag en wel zeven dagen in de week – het zou niet eerlijk zijn als hij alleen zijn brokken krijgt op de dagen hij gereden wordt.

Net een verwilderd paard… Hmmm. Slechte vergelijk. Maar ja, ons gedomesticeerd paard lijkt nergens op een verwilderd paard – hij hoeft alleen voor korte perioden te werken en, sowieso, hij heeft de supplementen nodig omdat zijn brokken niet alles bevatten dat hij nodig heeft.

Helaas zijn deze argumenten vaker de reden waarom onze paarden zo dik worden, last van koliek krijgen, zijn zenuwachtig, temperamentvol of oncontroleerbaar; ze kunnen zelfs levensbedreigende aandoeningen zoals hoefbevangenheid veroorzaken. Ondanks zijn sobere dieet, het verwilderde paard is zeer capabel om te vluchten, kan draven over lange afstanden voor lange perioden, lijdt vrijwel nooit aan hoefbevangenheid en heeft geen behoefte aan supplementen.

Veel van de problemen die wij met onze paarden associëren liggen bij de “three Fs” ofwel “Voeten, Voeders en Faciliteiten”, en niet het minste bij voeders. Door ons paard harde concentraten te voeren, krijgt hij een stoot aan energie die hij niet goed kan opnemen. Paarden zijn ontwikkeld, of geëvolueerd – verwilderd of gedomesticeerd – om een sober dieet te volgen en dat vrijwel non-stop dag en nacht. Hun darmstelsel is een gespecialiseerde bacteriënsoep speciaal geformuleerd om cellulose af te breken en wel op een heel efficiënte manier. Hun spieren zijn ontwikkeld met een lange uithoudingsvermogen en functioneren het beste in een anaërobe omgeving. Door “fastfood” te voeren, vaker hoog on suikergehalte, verandert de spiertonus zodanig dat de spieren dan energie heel snel – en wel extreem efficiënt – aëroob verbranden maar alleen voor korte perioden. Dit beperkt de uithoudingsvermogen van ons paard en verhoogt de kans dat hij zenuwachtig of overvol energie wordt juist op het moment dat wij hem graag wat stiller hebben.

Het voeren van krachtvoer heeft ook het effect van veranderen van de samenstelling van bacteriën in de darmen van het paard – dit verstoort de stofwisseling en kan resulteren in moeilijk te regelen dik of mager zijnde. Voorts beschadigd krachtvoer de fijne haren van de darmwanden.

Paarden die lucht zuigen of aan staldeuren knabbelen zijn bijna altijd verveeld en probeer op dat moment iets te doen om hun extra – ongebruikte – energie op te maken; dat type energie dat ze eigenlijk niet moeten hebben.

En hierdoor geven wij onze paarden allerlei wonderbaarlijke supplementen. Maar als wij de verschillende ingrediënten allemaal bij elkaar optellen, zien we dat sommige elementen ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden gaan. “Geen probleem” denken we; wat niet gebruikt wordt, wordt alleen maar uitgepoept of uitgeplast. Niet zo! De hoeveelheden vitaminen, mineralen en spoorelementen is vrij nauw geregeld. In het dieet van een verwilderd paard zijn deze dingen natuurlijk in evenwicht; in het gedomesticeerde paard, voegen wij toe en spelen wij naar eigen gevoel. Tot het punt dat wij meer problemen kunnen veroorzaken dan wij oplossen. Dat uitgelezen evenwicht wordt verstoord en het over doseren van een element maakt vaker dat een ander geheel ineffectief raakt. En sommige elementen kunnen echt schade veroorzaken – in de maag, darmen, milt of misschien het ergst, de lever.

Wat is dat beter voor onze paarden? Ongeveer het goedkoopst we ze kunnen geven – hooi! En genoeg; ze moeten ca. 22 uur per dag toegang tot eten moeten hebben.