De Bokhoef

Wat is een Bokhoef ?

pees verlengen
Schematisch het verlengen van een pees

De bokhoef is zelden een genetische afwijking maar liever pathologisch. Zeer weinig veulens zijn feitelijk met een bokhoef geboren en, in de weinige zeer zelden voorvallen, het is niet de voet maar de diepe buigpees/-spier structuren die normaliter het probleem zijn. In een aantal van deze gevallen, wordt een operatie noodzakelijk om de pees te verlengen (de pees wordt aan de diagonaal doorgesneden en de uiteinden weer aan elkaar gehecht wat enkele millimeters lengte wint); in andere gevallen, een goed bekapregime en toegepaste fysiotherapie (kinesitherapie), begonnen op jonge leeftijd, zouden afdoende zijn. In deze gevallen mogen wij misschien van een “ware bokhoef” praten gezien er sprake is van een (pre)nataal stornis.

De andere vorm die we zien kan best als een “valse bokhoef” beschreven worden en is dus niet het gevolg van een genetisch afwijking maar liever een van pathologische oorzaak, waarvan een lijkt luiheid te zijn! Nou, in ieder geval, deels. Zoals we weten, de veulen is geheel fout geproportioneerd en zou feitelijk korter benen of de nek van een giraffe moeten hebben…maar dat heeft ie niet. Hij wordt gedwongen of zijn voorbenen uit elkaar te plaatsen ofwel zijwaarts of in de lengterichting. Dit laatste is vooral de voorbode van een bokhoef; de luiheid van de veulen die altijd met dezelfde voet naar voren elke keer hij eet. Een mogelijkheid is dat de vorste slagaders van de achterste hoef worden deels afgeknepen waardoor het achterste deel van de hoef beter gevoed wordt en dus ook sneller groeit. Een andere theorie – eentje gebaseerd op onze eigen waarnemingen – is dat de voorste hoef, als gevolg van de verhoogde druk up de achterste structuren, een zwaar vergrote groei in de hakken vertoont. Voeg aan beide theoriën toe onvoldoende slijtage en we hebben een bokhoef in de maak. Maar wat dan ook het echte fysiologische proces, het achterste deel van de hoef gaat omhoog waardoor het hoefbeen (P3) lijkt binnen de structuren te roteren.
Luiheid is natuurlijk niet de enige factor. Het voorkomen van een bokhoef onder de paarden met echte vrijheid is, in alle waarschijnlijkheid, nihil. Opsluiting en beperking zijn eigenlijk de hoofdoorzaak met luiheid maar een bijzaak. Opgesloten, de jonge veulen zal weinig mogelijkheid hebben om zich te bewegen – zeker niet voldoende – en dus heeft geen kans om de negatieve effecten van voorkeur aan één been geven tijdens het eten. Als de veulen de mogelijkheid heeft om zich in vrijheid te bewegen en kilometers maken elke dag, zoals wilde paarden zouden hebben gedaan, de effecten van het voorkeur geven, zullen te niet gedaan worden.

  • T0

 

Een Bokhoef behandelen

Het zou een beetje te veel zijn om te zeggen dat het behandelen van een bokhoef eenvoudig is – het is ver van makkelijk maar het proces zelf is echt basaal. Duidelijk we praten niet van de casussen waar een operatieve procedure noodzakelijk is, alhoewel, vanuit een chirurgisch oogpunt is dat ook theoretisch gezien, nog basaal.

In alle gevallen, hoe eerder het probleem wordt aangepakt, hoe minder zwaar de veranderingen die geïmplementeerd worden en hoe minder traumatisch het voor het paard wordt. Voorts, voor het paard met een ware bokhoef, de verkorte pees-spierstructuur heeft de juiste fysiotherapie nodig om de effecten van kort zijn op te heffen door de spierstructuren voldoende te rekken; dit in de gevallen die niet zo zwaar zijn dat ze chirurgie vereisen. Het ouder paard zal minder capabel zijn om goed op deze procedure te reageren. De valse bokhoef, niet zijnde het gevolg van verkorte pees-spierstructuren, heeft geen belangstelling bij deze behandelwijze. Desalniettemin, de noodzakelijke verlaging van de caudal structuren van de hoef zullen druk – of liever spanning – op de diepe buigspier en dat zal ongetwijfeld wat ongemak en spierpijn veroorzaken; iets dat de aandacht van de eigenaar/houder zal vereisen.

De (niet-chirurgische) behandeling van de bokhoef omvat weinig meer dan het progressieve verlagen van de caudal structuren van de hoef. Vooral in het ouder paard, en nog meer zo bij het beslagen ouder paard, de bokhoefafwijking kan resulteren in een versmalling van de caudal structuren; deze schade zal bijna ongetwijfeld permanent zijn. Er kan een beperkte verbreding optreden tijdens de behandeling maar het is zeer zelden dat de hoef een geheel normale configuratie terugwint.
Een progressieve verlaging is feitelijk een intens proces. Het rekken van de diepe buigspier zal altijd ongemakkelijk zijn maar als het paard aangemoedigd moet worden om te lopen, dan moet dit een ongemak blijven en geen handicap worden; dus zijn frequente kleine bekappingen geprefereerd boven minder frequente zware interventies. Het is also minder waarschijnlijk dat de hoef als gewenst zal reageren wanneer er lange tussentijdse perioden zijn. Een van de grootste problemen met excessieve nagelgroei (en vergeet niet, de hoef is niets meer dan een nagel) is dat vascularisatie de groei van de nagel zal volgen. De klauwen van honden, konijnen, cavia’s enz. zijn uitstekende voorbeelden hiervan; als de nagel te lang wordt, wordt het steeds moeilijker om ze kort te knippen omdat de bloedvoorziening zich verder in de lengte van de nagel bevindt. Als de hoef alleen maar elke zes tot acht weken bekapt wordt – een normale routine – groei zal groter zijn dan elke poging om de vascularisatie dieper in de hoef terug te duwen. Ervaring laat zien dat een interval van niet meer dan 18 dagen is onmisbaar in de eerste maanden van de behandeling.

De vascularisatie terugduwen kan soms vrij dramatisch zijn; de enigen betrouwbare manier om te bepalen of er genoeg bekapt/geraspt is, is juist tot het punt te gaan waar de rossige met bloed gevulde laag onder de hoefwand zich net begint door te schijnen. Het moet hier heel duidelijk opgemerkt worden, het is niet de bedoeling om bloed te trekken, maar, het verschil tussen “genoeg” en “net iets te veel” is vaak maar één slag van de rasp. Paniek niet!!! Het paard gaat zich niet doodbloeden (een 450kg paard heeft ongeveer 34 liters bloed) . De wond zal binnen enkele minuten zich sluiten en het paard zal vaker dan niet, geen enkel besef hebben dat ie gebloed heeft. Het risico van infectie blijft ook zéér beperkt mits het paard niet opgesloten wordt.

De benodigde tijd voor het behandelen van een bokhoef is geheel afhankelijk van de aanvankelijke zwaarte van het probleem. Het makkelijkste van de gevallen zal misschien maar een paar maanden nodig hebben; de moeilijkste gevallen zullen merendeels  nooit geheel gecorrigeerd kunnen worden. Dit laatste is vooral het geval bij oudere paarden. Wanneer een paard, of welk dier dan ook, ouder wordt, de botten, gewrichten, pezen en spieren nemen allen een steeds “vaste” vorm aan, naargelang het dier en zijn gewoonlijke houding. Ossificatie en de-ossificatie zal in het proces een rol gaan krijgen. Voor deze reden, vooral met oudere paarden, wordt het sterk aangeraden om de beginnen met een Röntgenfoto van de betreffende voet. Als de gewrichten onaangetast zijn, is er geen echte reden om niet door te gaan – juist, als de rotatie van de hoefwand om de hoefbeen heen erg zwaar wordt dat het punt van de P3 het principiële steunpunt van de hoef wordt, wordt ingrijp een absolute noodzaak. In deze toestand gelaten, de kans op een geperforeerde zool wordt zeer sterk vergroot. Zoals iedereen die dat bij een hoefbevangen paard heeft ervaren zal aangeven, dat is een situatie om te vermijden te alle tijden.

 

  • Dorsaal

Er is niets om wie dan ook te weren van het pogen tot corrigeren van een bokhoef bij het eigen paard maar het zou wel slim zijn om raad te zoeken van een professioneel (wees voorzichtig bij het benaderen van hoefsmeden – er is een algemene neiging binnen het beroep om de bokhoef als onbehandelbaar te bestempelen anders dan door – ongepast – beslaan) en zeker bespreek het met een dierenarts. Nogmaals, niet alle dierenartsen staan open voor de mogelijkheden; de dierenartsenwereld is nog altijd van mening dat voeten het domein van de smid zijn en, zodoende, dierenartsen zullen vaker bijna elk voetprobleem naar een smid verwijzen “omdat hij […naar verluid…] weet wat ie doet”. Helaas, het voorkomen van (valse) bokhoeven laat ons zien dat de laatste niet altijd het geval is.

Tot slot, het is van uiterst belang dat de eigenaar/houder het paard elke dag voldoende beweging geeft, vooral bij paarden die beperkt of relatief solitaire weidegang krijgen; geen van beide van deze situaties wordt aanbevolen en de eerste raad is om het paard naar een toegepaste locatie te verhuizen waar hij van een groep deel uitmaakt. Als het paard zich binnen een groep bevindt, de groepsdynamiek zal waarschijnlijk voldoende zijn om hem in beweging to houden maar, ongeacht de situatie, om stijve spieren en zelfs de mogelijkheid van “maandagziekte” te vermijden, het paard moet regelmatige dagelijkse beweging krijgen.